Na het rondje El Primo blijf ik weer een beetje dichter bij huis. Hoewel het goed was gegaan vond ik het wel ‘veel’ of ‘ver’. Dus ik maak een aantal heen-en-weertjes. Soms samen met Maartje, Marieke of Floor, soms alleen. Met name bij de ritjes die ik alleen maak voel ik dat Cantero zich steeds sterker maakt en harder naar huis wil. Ik vind het eng maar hij stopt ook altijd weer. Dus de angst zit misschien alleen tussen mijn oren en ik wil hem ook niet steeds tegenhouden.
Op 24 november rij ik weer eens een keertje de andere kant op, het bos in linksaf. Vlak voorbij de ‘vlakte’ wil Cantero niet verder lopen en als ik aandrijf gaat hij alleen maar achteruit. Hij gaat zo achteruit heuveltje af de bosjes in en de spanning neemt alleen maar toe. Ik besluit om om te keren. Wat is het toch aan deze kant waarom het hier altijd zo moeilijk gaat?
Maar de rit erna, wanneer ik weer de ‘veilige’ kant op ga, keer ik ook eerder om dan gepland omdat ik Cantero erg onrustig vind. Op de terugweg heb ik het gevoel dat ik hem niet kan houden in draf. Het lijkt wel steeds slechter te gaan in het bos in plaats van beter.
Op 2 december rij ik samen met Floor, maar zelfs met Kansas voor zich lukt het ons niet om een ontspannen ritje te hebben. We kunnen het ritme in draf niet vinden, hij maakt steeds kleine holletjes met zulke korte pasjes dat ik niet kan lichtrijden. Ik vind het niet zozeer eng omdat Kansas voor ons loopt en Cantero er zo niet vandoor kan gaan. Maar het is ook niet erg relaxed. Als we terug komen op stal voel ik bij het afzadelen in ene dat er een schroef onder het zadel uitsteekt. In de kamer van het zadel is een schroef los gekomen. Ik weet niet of die misschien een beetje in zijn rug heeft geprikt, maar dit zou een goede verklaring zijn voor de onrust. Wat is hij dan toch braaf dat hij niks heeft gedaan!
