Ik besluit beide kanten van het rondje (dus het pad naar links en het pad naar boven) te blijven oefenen. Het rondje zelf is mij nog ‘te groot’, na de vorige keer. Maar het zou fijn zijn als een groter deel van de route al wat bekender voelt. Cantero gaat meer verzet laten zien. Hij wil niet meer door het hek bij de Zeeweg of gaat op de route stilstaan en is moeilijk te motiveren om verder te lopen. Bij aansporen gaat hij achterwaarts en probeert hij om te draaien. Zelfs een ritje met Floor/Kansas samen helpt niet: hij besluit op enig moment dat hij ver genoeg is en is niet meer te motiveren om verder te gaan, ook niet wanneer Kansas verder loopt. Hij keert liever in zijn eentje om dan dat hij bij Kansas in de buurt blijft. Dus keren we toch maar samen om. Het maakt mij aan het twijfelen. Is het teveel voor hem? Vind hij het niet leuk? Is er fysiek iets? Spierpijn, hoeven, zadel??? Maar er is al te vaak een excuus geweest om níet te rijden, dus ik besluit door te zetten. Bovendien heb ik in de afgelopen jaren ‘alle’ mogelijke redenen om pijntjes te hebben wel aandacht gegeven. Zijn bloed wordt met enige regelmaat gecheckt op eventuele tekorten, hij krijgt supplementen, zijn hoeven zien er goed uit, het zadel wordt regelmatig gecontroleerd en aangepast. De twijfels zitten in mijn hoofd, maar eigenlijk weet ik wel dat er fysiek niks mis is. Ja hij wil graag op stal blijven, bij zijn kudde. Hij kent ‘de overkant van de Zeeweg’ nog niet zo goed, dus voelt zich daar wellicht minder veilig. Hij was misschien ook wel overdonderd door ‘het rondje’, het schrikmoment, het vele onbekende, het ver weg zijn, de spanning… Maar van niks doen komen we niet verder, dus ik zet door.
Ik neem een takje mee als zweepje om hem op de momenten dat hij staakt te motiveren om vooruit door te lopen. Natuurlijk heb ik ook wel een echt zweepje, maar ik vind het een fijn idee dat ik het takje gewoon kan laten vallen als ik er vanaf wil in het bos. Ik rij sowieso niet vaak met zweep en Cantero is altijd voorwaartser als ik er een vast heb. Sneller is (zeker op de terugweg) niet nodig.
Met het takje lukt het wel om verder te rijden. Wanneer hij weigert verder te lopen spoor ik eerst aan, maar als hij te veel achterwaarts ga leg ik het takje tegen zijn bil en stapt hij weer vooruit. Er zijn een paar vaste plekken op de route waar hij wil omkeren, maar zo kan ik dit patroon doorbreken. Tegelijk wil ik ook, tot op zekere hoogte, naar hem luisteren. Dus na een paar keer zo’n moment van niet verder willen lopen accepteer ik dat hij aan zijn tax zit en laat ik hem omkeren. Natuurlijk niet als hij dit op vijf minuten in het bos al doet (hij probeert het toch even ;-)), maar wel als we in relatief nieuw gebied zitten.
Zo lukt het toch om de overkant, de twee kanten van het rondje, wat vertrouwder te maken.
