Vandaag rij ik dan weer eens vanaf het hek linksaf. Linksaf is Cantero altijd meer gespannen. Het eerste stukje nog niet, maar als we bij de ‘vlakte’ komen neemt de spanning toe. Cantero laat soms kleine schrikreacties zien en is onwillig om verder te lopen. Bij de duinen nog vóór het meertje spotten we enkele Schotse Hooglanders. Ze zijn niet erg dichtbij maar ik vind het nog steeds leuk om naar ze te kijken. Met veel motivatie van mijn kant lukt het om het watertje voorbij te rijden. Dat is misschien maar 100 meter verder dan eerdere keren. Maar toch, elke keer een klein stukje verder.
Daar komen we dan opnieuw Schotse Hooglanders tegen, nu midden op het ruiterpad. Ik vind deze Hooglander een goede smoes (‘we konden écht niet verder’) en besluit om te keren. Natuurlijk had ik ook een stukje langs het fietspad kunnen rijden dat hier parallel met het ruiterpad loopt om zo toch nog wat verder te rijden. Maar ik vind het genoeg geweest voor vandaag, dus terug naar huis.
Als we op de terugweg de ‘vlakte’ voorbij zijn hoop ik dat Cantero wat ontspant. We zijn weer in het bos dichtbij huis. Maar de wind trekt aan en we krijgen een fikse eikeltjesregen over ons heen. Ook dat is aanleiding om te schrikken. Hij rent niet weg maar ik voel zijn lijf strak staan van de spanning. Ik ga alert rijden: daar waar ik eikeltjes zie liggen (dat is eigenlijk overal) kunnen meer eikeltjes vallen. En dat gebeurt dan ook regelmatig. Hier had ik vooraf nooit over nagedacht, hoe ik bang kon worden van eikeltjes. Inmiddels is het een beetje op bij mij, qua emotionele conditie. De aanhoudende spanning. We zijn echt niet zo ver geweest, maar het voelt ontzettend ver. Ik wil gewoon thuis zijn.
We komen veilig terug op stal. Uitgeput. Waarom is deze kant op toch altijd zo’n uitdaging?
14 September rij ik het inmiddels bekende rondje samen met Maartje. Het is een heerlijke ontspannen rit. Het voelt zoveel makkelijker om achter iemand te rijden, zodat ik weet dat Cantero er niet vooruit vandoor kan schieten. Cantero is niet zozeer rustiger, het lijkt voor hem niet uit te maken of we alleen zijn of met een ander paard. Het is voor mij gewoon minder eng.
Maarten draaft uit zichzelf harder dan Cantero en hoewel Maartje haar tempo voor mij rustig houdt gaan we in draf toch ietsje sneller dan wanneer ik alleen rij. Dat is voor Cantero wel werken en reden om ‘aan’ te zijn. Maar met de rem voor ons maak ik mij er minder druk om en kan ik hem overwegend met een vrij losse teugel laten draven.
18 September rij ik samen met Marieke over de Zeeweg eens de andere kant op (rechtsaf). Hier ben ik in mijn eentje een klein stukje geweest, samen rijden we nu een stukje verder. Dit vind ik dan toch wel een beetje spannend en ik merk ook aan Cantero dat hij minder ontspannen is. Hij kijkt actief om zich heen, met name bij zijpaadjes en reageert op de geluiden die uit de aangrenzende tuinen komen. Hoewel we niet heel hard gaan in draf voelt het voor mij wel zo. Maar gelukkig vind Marieke het niet nodig om heel veel te draven, dus het meeste doen we in stap. Dat vind ik fijn, zo kan Cantero ook rustig wennen aan het nieuwe stuk. Het lijkt alsof het hem te hard gaat in draf, dan komen de nieuwe prikkels te snel op hem af. Of misschien geldt dat wel voor mij.
Toch is het een goeie ervaring en hebben we weer een nieuw stukje route verkend.
